De sterrentijd.Je kunt de sterrenhemel voorstellen als een reusachtige bol, waarop de sterren als lichtpuntjes vastgeprikt staan. Zo dachten de mensen al in de prehistorie. In het middelpunt zit een veel kleinere bol met een omtrek van ongeveer 40000 km. Deze draait zoals een tol met een vrijwel constante draaisnelheid om zijn as, die van noordpool naar zuidpool loopt. De vergelijking met een tol lijkt misschien niet geweldig, maar denk eens aan de snelheid van de evenaar rondom de aardas van 40000 km in 24 uur ofwel 1666 km/uur of 40000000 / (24 x 60 x 60) = 463 meter per seconde dan is dat onvoorstelbaar.Nu is een sterrendag iets korter dan een zonnedag. Na een volledige omwenteling van de aarde is de sterrenhemel dus precies eenmaal rondgedraaid. Omdat we jaarlijks in een baantje rond de zon gaan moet de aarde een klein beetje verder draaien voordat de zon weer in het zuiden staat. Dit beetje wordt over de dagen van een jaar verspreid. Met ongeveer 4 minuten per dag lukt dat. De klok van de sterrentijd loopt dus iets sneller dan de klok van ons horloge. De klok is precies geijkt op de sterrenhemel. Aan de hemel is er het zogenaamde lentepunt, waar de zon staat als de lente begint op het noordelijk halfrond. Als dit punt voor iemand op het noordelijk halfrond precies in het zuiden staat, dan begint de nieuwe sterrendag. Dit hangt dus van de plaats op aarde af. Verder naar het oosten is het later, verder naar het westen is het vroeger dan op deze klok. Het verschil volgt in principe het tijdzoneverschil, maar de sterren houden zich natuurlijk aan "15 graden van de gradenboog scheelt precies een uur". Maak maar een rekensommetje om te kijken of het klopt. |